Hoog(s)tepunt VII

16/08/2006 Jomsom – Pokhara (per vliegtuig) Gisteravond op feestelijke wijze afscheid genomen van onze ploeg. Na onze maaltijd bij kaarslicht en TL-buis afhankelijk of er wel of geen stroom was, was het de beurt aan de dragers. Gezeten aan een grote tafel in de lodge en bediend door Bibi en Ankami kregen ze allen grote borden eten en bekers met thee. Na de maaltijd kregen we een door de kok gemaakte chocoladetaart die na een toespraak van de gids en een van mij door ondergetekende moest worden aangesneden. Het zal het geluksgevoel na de tocht zijn geweest want het wilde niet lukken; als je veertien stukjes nodig hebt snij je hem gewoon door midden en daarna de beide helften in vijf stukken om er daarna achter te komen dat je ergens een denkfout hebt gemaakt. Gelukkig waren niet alle stukken even groot en had met een beetje creativiteit iedereen zijn stukje taart. Na de taart iedereen van een enveloppe vol waardering voor de noeste arbeid, zorgzaamheid en altijd aanwezige glimlach voorzien waarna we in een echt bed konden stappen.

Vanochtend vroeg wakker van wat hanen en blaffende honden, maar goed, we moeten toch vroeg op. De thee krijgen we deze keer op de kamer en tijd voor ontbijt is er niet echt. Na ingepakt te hebben worden we door een kleine delegatie naar het naastliggende vliegveld begeleid waar we voor de poort wachten tot er een sirene gaat die aangeeft dat het vliegtuig in Pokhara is opgestegen en dat de weersomstandigheden dus goed genoeg zijn om te vliegen. We nemen afscheid en krijgen daarbij van een tweetal dragers een “Katha” omgehangen, een wit zijden sjaal als teken van vriendschap, genegenheid en respect. Tekenend voor de wijze waarop we als gezelschap onze trektocht hebben ervaren, zelfs voor Mireille als enige vrouw in een gezelschap van allemaal mannen zonder ook maar een moment van ongemak. Tegen de tijd dat het vliegtuig land zijn we net door de veiligheid controles heen en kunnen we snel aan boord van het tweemotorige propellervliegtuig dat een motor gewoon laat draaien terwijl iedereen uit- en instapt. Een korte vlucht van 20 minuten waarbij we een deel van de route die we hebben gelopen van boven kunnen bekijken brengt ons naar Pokhara voor het volgende deel van onze vakantie dat zal bestaan uit luieren, terrasjes, pizza, shoppen en luieren. Bibi, onze gids, is meegevlogen naar Pokhara maar zal een dag eerder op de bus naar Kathmandu stappen waarmee we weer helemaal op onszelf zijn aangewezen. Ook wel weer lekker.

Hiermee is ons reisverhaal voor jullie afgelopen, voor ons ging het nog even door. We hadden het erg warm in Pokhara maar dragelijk in Kathmandu, hadden een lange busrit, aten heerlijke Tuna Sandwiches en Pizza’s, dronken veel Coca Cola, hebben veel geshopt, zijn naar Durbar Square en de Bouddhanath Stupa geweest, werden overdonderd door aandringende gidsen, zagen Mireille bijna flauwvallen en daarna ziek worden, kochten op de valreep nog twee Thanka’s, lazen boeken, sloegen tientallen keren een aanbod voor Marihuana af (groeit daar in het wild, zijn zelf door hele velden heen gekomen), zaten uren lang in restaurants, kwamen op Heatrow (Londen) in een chaos terecht waarin we onze handbagage moesten halveren, werden op Schiphol opgehaald door ons eigen autootje (met ouders als chauffeur) en kwamen thuis.

Groetjes en misschien tot volgende jaar, dan gaan we naar…..

Hoog(s)tepunt VI

15/08/2006 Yak Kharka – Marpha (2670m) – Jomsom/Jomosom (2720m) Omdat we gisteren verder zijn gekomen dan verwacht, Bibi had alle dragers laten wachten op een mogelijke kampeerplaats tot wij zouden arriveren, wat we te vroeg deden zodat we de dagetappe konden verlengen, hebben we besloten vandaag naar het eindpunt Jomsom te lopen vanaf waar we de 17e met het vliegtuig vertrekken naar Pokhara. We zijn wakker geworden in de mist waarin we gisteravond naar bed zijn gegaan en zijn weer in de natte kleren van gisteren gestapt. Na het ontbijt vertrekken we in regenjas met handschoenen aan waarbij het pad dit keer direct begint te dalen. Het duurt dan ook niet lang tot we onder de wolken zitten (tien minuten) en in de zon terecht komen en we onze regenkleding uit kunnen doen. Waren we gisteren nog maar even doorgelopen want aan het stoffige pad te zien was het hier gisteren ook droog. Na eerst geleidelijk afgedaald te zijn tot zo’n 3600 meter beginnen we na een korte pauze met Hartkeks, thee en gekookt ei aan een stevige afdaling naar Marpha. Mireille die niet zo goed zou zijn in afdalen zorgt er voor dat Ankami niet steeds hoeft te wachten, langzaam verdwijnen ze samen uit het zicht van Bibi en mij. Ik heb helemaal geen energie meer in het lijf en alleen de kracht in de benen zorgt er voor dat ik door kan gaan, maar niet in het tempo van Mireille en Ankami. Langzaam ga ik helemaal kapot, dat Mireille af en toe even wacht en dan weer in no time verdwenen is helpt daarbij niet echt. Naar beneden lopend zien we het eindpunt diverse keren in de verte maar het lijkt gewoon niet dichterbij te komen. Als we vlak voor de blaren eindelijk de laatste stappen naar beneden zetten om in de hoofdstraat van Marpha aan te komen ben ik kapot en staat Mireille er met een grijs bij van “het ging zo lekker, ik dacht ik loop maar lekker door” en groot gelijk had ze. We lopen het hele plaatsje door om er net buiten in een lodge te stoppen voor een lunch, natuurlijk door onze eigen kok gekookt. In het gras naast de lodge liggen alle tenten te drogen en zijn diverse dragers zich aan het wassen en scheren. De zon zorgt voor een heerlijke temperatuur en dat samen met het feit dat we bijna bij het eindpunt zijn zorgt ondanks de pijn en vermoeidheid voor een voldaan gevoel waarbij de gevaarlijke en angstige momenten van de tocht snel naar de achtergrond verdwijnen. We trakteren iedereen op een drankje en genieten van een lunch in het restaurant van de lodge die dit seizoen nog geen toeristen binnen heeft gehad. Bibi vraagt nog of we willen blijven en dan morgen de laatste kilometers afleggen, maar wij willen naar het eindpunt en morgen lekker luieren. We overtuigen hem er zelfs van onze tent hier achter te laten zodat de dragers hem later op kunnen pikken als ze hier weer langs komen op weg naar Beni omdat wij een kamer in een lodge willen zodat we lekker kunnen douchen en ik mijn baard van 14 dagen kan scheren.

Als we acht kilometer verderop aankomen in Jomsom zit het er eindelijk op. We hebben een kamer met eigen badkamer waar we na het aanzetten van de boiler en een half uur wachten warm water hebben om te douchen. Helemaal schoon en met onze “einde van de tocht” kleren aan nemen we in de tuin plaats aan tafel voor wat thee en mijmeren over de zware dag en de fantastische tocht. We maken een kort wandelingetje door het dorp waarbij we een andere toerist tegenkomen, sturen voor het eerst een mailtje naar onze ouders met de mededeling dat alles goed gaat en maken met de Polaroid camera foto’s van en voor onze dragers en andere teamleden. Ook lukt het om eindelijk een groepsfoto te maken waar iedereen op staat. Aan het eind van de middag blijkt dat het maar goed is dat we zo vasthoudend zijn geweest in het door willen lopen naar Jomsom, we vliegen morgen als terug in plaats van overmorgen zoals op onze tickets staat. Er is een tekort aan piloten in Nepal door de grote vraag ernaar in buurland India waar de salarissen bijna twee keer zo hoog zijn waardoor steeds vaker vluchten uitvallen. Geen rustdag dus maar om 6 uur op het vliegveld zijn, dat gelukkig naast de lodge ligt.
Dit betekent natuurlijk ook dat we morgenochtend van iedereen afscheid moeten nemen en dat vanavond onze laatste avond samen is, feest dus.

Hoog(s)tepunt V

14/08/2006 Hidden Valley – Dhampus Pass (5228m) – net boven Yak Kharka (4055m)Vroeg opgestaan na een nacht met weinig slaap en veel hoofdpijn. De hoogte, en vooral het relatief snelle stijgen, heeft toch iets te veel van me gevraagd. Zelfs Mireille heeft, net als ik, vannacht een Diamox genomen om de hoofdpijn en andere effecten tegen te gaan. Maar in tegenstelling tot gisteren toen ik me een half uur na het nemen van de pil al een stuk beter voelde hielp het deze keer bijna niet en moest ik er zelf voor zorgen dat mijn hartslag hoog genoeg bleef om voldoende zuurstof door het lichaam te pompen, niet slapen dus. Gelukkig hebben we de rustdag die we aanvankelijk hier hadden gepland in overleg met de gids verplaatst naar de laatste dag waarbij wij het argument aanvoerden dat het hier te hoog, winderig en koud was en het argument van Bibi en Ankami dat Mireille niet zo goed is in afdalen en dat we daar misschien een extra dag voor nodig hebben. Maar vandaag naar beneden dus. Na een kort ontbijt waarbij ik net als de afgelopen dagen erg veel moeite heb om überhaupt iets binnen te krijgen en ook Mireille het na een bakje pap het voor gezien houdt vertrekken we om kwart voor zeven. Alle dragers hebben blijkbaar haast de vallei te verlaten, één voor één komen ze ons voorbij, de een met meer gemak als de andere, die ook een zware nacht heeft gehad.

Natuurlijk beginnen we onze afdaling met een klim naar de Dhampuss Pass, een klimmetje van een paar honderd meter dat normaal geen enkel probleem vormt maar op deze hoogte en met afnemende energievoorraad toch weer een zware opgave vormt. Boven aangekomen blijken alle dragers op ons te hebben gewacht om samen over de top te gaan. Gezamenlijk hangen we de door ons uit Kathmandu meegenomen gebedsvlaggetjes op, de eerste dit seizoen, waarvoor met vereende krachten een grote steen rechtop wordt gezet als paal. Aan de voet van de steen wordt wierook aangestoken en voeren sommige dragers een kort gebed uit. Daarnaast worden er groepsfoto’s met wisselende samenstelling gemaakt die door de lichte bewolking een mooi mistig karakter zullen krijgen. Hierna pakt iedereen zijn spullen weer op de nek om aan de afdaling te beginnen, althans dat dachten we op dat moment nog. Uren later lopen we nog steeds op 5000+ meter nadat we al even op 4800 hebben gezeten, en wij willen naar beneden. Ankami loopt als altijd lichtvoetig voor ons uit met zijn paraplu uit de rugzak stekend en een ijsbijl in de hand. Als het begint te regenen zakt het humeur dat ondanks de hoogte toch al niet op een hoogtepunt zat nog verder in en wordt het Mireille allemaal even te veel. Bijna geërgerd vraag ik Ankami of we vandaag nog gaan afdalen, een vraag die honderd meter verderop wordt beantwoord met een pad dat ineens sterk neerbuigend is en ons de wolken in leidt. De mist/bewolking wordt zelfs zo dicht dat we dicht bij elkaar moeten blijven om elkaar niet kwijt te raken en later zelfs zo dicht dat we het pad kwijt raken en allerlei omzwervingen maken om het kamp te vinden dat door de dragers bij Yak Kharka is opgezet (ook de dragers raakten overigens de weg kwijt maar konden via een herder weer op de juiste plek komen, wij hebben geen herder gezien al hoorden we wel yakbellen). We kamperen midden in de wolken met als resultaat dat bijna alles koud, klam en vochtig werd, als het dat nog niet was door de regen vandaag. Alleen onze slaapzakken en onze “einde van de tocht kleren” zijn nog echt droog. We besluiten om de “einde van de tocht” kleren toch maar even te gebruiken ook al zijn we nog niet aan het einde van de tocht.

Hoog(s)tepunt IV

13/08/2006 Dhalagiri Basecamp – French Pass (5360m) – Hidden Valley (5050m) Om een uur of vier in de ochtend worden we opgeschrikt door een enorme lawine die de grond (het ijs) onder onze tent doet trillen. Om ons heen worden dragers wakker om te gaan kijken wat er aan de hand is, ik lig zo lekker warm in mijn dubbele slaapzak dat ik me niet druk maak, Mireille wordt er echter iets zenuwachtiger van. Om twintig over vijf krijgen we thee voor de tent maar omdat we toch niet van die ochtendmensen zijn stap ik maar snel in de kleren om buiten de tassen te vullen met items die Mireille me vanuit de tent aangeeft. De lawine van eerder op de ochtend lijkt een groot stuk berg te zijn geweest dat zijn houvast is verloren en van de basis naar beneden is gekomen. Gelukkig is alles in de gletsjer terechtgekomen waar het snel “dood” valt en dus niet ver komt. We vertrekken uiteindelijk om een uur of zeven voor onze “koninginnenrit” door de Himalaya, eerst nog ongeveer twee uur over de gletsjer lopen om dan met een korte beklimming van ongeveer 100 meter over te stappen op een bergkam die ons geleidelijk van 4800 meter naar ruim 5000 meter zal brengen. Als we de bergkam verlaten voor een laatste klim naar de French Pass (5360 meter) begint de hoogte ons echt parten te spelen. Het wordt steeds moeilijker een ritme te vinden en al snel staan we na elke tien stappen even stil. We willen nog steeds te snel en moeten een stapje terug doen, stapje voor stapje gaan we verder naar boven. Om ons heen worden we ingehaald door wolken die steeds kouder en natter worden. Met regenjassen en handschoenen aan halen we de top waar we achter een monument schuilend tegen regen en wind snel een paar foto’s maken om dan snel aan de afdaling richting de 300 meter lager gelegen Hidden Valley te beginnen. Met het “afnemen” van de hoogte wordt ook al gauw de temperatuur aangenamer en kunnen na korte tijd zelfs de regenjassen weer uit.

We lopen in de zon door een grote vallei naar ons kamp dat door de dragers, die iets sneller waren, al was opgezet. Omdat het een zware dag was zakken we beide neer op een stoeltje en drinken we hot lemon, black thee en noodle soup. Langzaam komen we zittend in een middagzonnetje weer bij, het hoog(s)tepunt zit er op. Ons kamp is verdeeld wordt doorsneden door een riviertje dat honderd meter terug zo uit de grond ontspringt en samen met andere broertjes en zusjes verderop in de vallei langzaam een serieus stroompje begint te worden. Een paar platte stenen vormen een oversteekplaats van onze tent naar de eettent. Om ons heen zitten groepjes dragers te luieren of spelletjes met elkaar te spelen in het korte gras, het enige groen naast mos, Edelweis en andere bloemetjes dat op deze hoogte nog wil groeien. De hoogte speelt mij en ook enkele drager echter we parten en voor het eerst neem ik (en ook de betreffende dragers) een Diamox pil tegen de hoogteziekte. Morgen nog over de Dhampus Pass (ook bekend als Thapa Pass) en dan naar beneden.

Hoog(s)tepunt III

12/08/2006 Argentina Basecamp-Dhaulagiri Basecamp (4650m) Vanochtend begonnen op de gletsjer en na een lange tocht zwervend over het ijs en zoekend naar een goede route ook weer geëindigd op het ijs. Zijn langs de helikopter gekomen die al weer op zijn wielen stond en waarschijnlijk een dezer dagen weer kan vertrekken, wat ook nodig is want het ijsplateau eronder is aan het smelten.

Hoog(s)tepunt II

11/08/2006 Italian Basecamp – Argentina Basecamp (4110m) Vanochtend erg vroeg opgestaan, half zes, om om uiterlijk zeven uur te kunnen vertrekken. We moeten door een grote vallei heen waar we over een gletsjer heen moeten lopen met aan beide zijden het gevaar van lawines. Door vroeg te vertrekken zijn we voordat de zon zijn warme invloed doet gelden de gevaarlijke plekken voorbij. Nooit hebben onze dragers zo veel haast gehad met het inpakken en zodra er een zijn mand vol heeft vertrekt hij direct. Wij vertrekken zodra we klaar zijn met z’n vieren; Ankami (de Sherpa), Bibi en wij tweeën. Eerst lopen we langzaam omhoog naar de rand van de gletsjergang, omdat het ijs in de loop der jaren voor een groot deel is gesmolten kijken we vanaf daar in de diepte. We moeten dus een heel eind naar beneden, wat we doen over een pad dat de dragers eergisteren hebben uitgehakt in de rots/kleiwand, een grote verzameling treden die ons voetje voor voetje naar beneden moeten kunnen brengen. Beneden aangekomen stappen we op een ijs/sneeuwvloer die er bijna niet uitziet als een ijs/sneeuwvloer zoveel puin ligt er op het ijs. Als we de gletsjer zijn overgestoken moeten we aan de andere kant weer over een weer over een pas aangelegd pad (uithollingen net groot genoeg voor één voet) stijl omhoog. Boven aangekomen volgt het pad natuurlijk weer een weg naar beneden, zoals altijd!! Na verloop van tijd komen we in de rivierbedding terecht, de bedding is op dit tijdstip breder dan de rivier zelf dus is er nog wat ruimte om te lopen. Als we na het passeren van een paar op dit vroege tijdstip nog kleine zijriviertjes even pauzeren komt ook de zon eindelijk over de bergen heen. Als we na een “packed lunch” verder lopen worden we na ongeveer een half uur opgeschrikt door een lawine precies op de plek waar we hadden zitten lunchen. Het was geen grote (sneeuw) lawine maar we waren toch blij al een eind verderop te lopen.

Doordat we de al de hele dag op een rotsondergrond lopen begint de vermoeidheid toe te slaan en we zijn dan ook blij als we tegemoet worden gelopen door twee dragers met een ketel “hot lemon” en een paar bekers. De temperatuur van de “hot lemon” geeft ons het vertrouwen dat we niet heel ver meer moeten vandaag. Na het nuttigen van de nodige bekers warm zoetzuur vocht nemen de twee dragers onze rugzakken over en wandelen we verder over de gletsjer waar we sinds een uur op lopen en die we de komende dagen verder zullen volgen. Al snel zien we een paar kleine tentjes tussen de rotsen staan, we hebben het weer binnen de verwachte planning van Bibi gehaald. Morgen weer verder over de gletsjer naar het Dhaulagiri Basecamp maar nu eerst een beetje genieten van het uitzicht, een groepsfoto maken, wat filmen, lezen en schrijven..

Hoog(s)tepunt I

10/08/2006 Italian Basecamp Dhaulagiri (3660m) Als we ‘s nachts onze ogen opendoen omdat de hoeveelheid vocht van de vorige avond te veel is geweest om het in een ruk tot de volgende ochtend te brengen lijkt het alsof er een grote lantaarnpaal naast de tent staat. Als we buiten staan voor een sanitaire stop is de hele omgeving fel verlicht door een volle maan aan een heldere hemel. Om ons heen een prachtig schouwspel van mystiek verlichte bergwanden, sneeuw witter dan wit en rivieren die naar beneden spetteren. Helaas is de warmte afgegeven door de maan niet vergelijkbaar met zijn daglichtneefje en stuurt de kou ons snel weer naar binnen. Gelukkig kunnen we het in onze dunne slaapzakken in combinatie met een lakenzak nog lekker warm houden.

Omdat we vandaag een rustdag hebben krijgen we pas om negen uur thee op bed, we zijn echter al om een uur of 7 gewekt door het twee maal laag overkomen van een helikopter, waarschijnlijk op weg naar en afkomstig van het Dhaulagiri Basecamp op 4700 meter waar we over een paar dagen hopen aan te komen. Daar ligt een andere helikopter die er in april dit jaar neer stortte na een poging op te stijgen met het team van de Nederlandse klimsterKatja Staartjes die kort daarvoor een toppoging naar de Dhaulagiri 1 had gedaan (helaas niet gelukt, zie http://www.dhaulagiri2006.nl/). Gelukkig waren er buiten de helikopter zelf geen gewonden en wordt de kostbare helikopter in deze uithoek nu permanent bewaakt door drie man. Om vijf voor negen moet ik zo nodig weer een sanitaire stop maken waardoor ik net voor de thee het bed uit ben, weg luxe gevoel. Gelukkig is het wel mooi weer en kunnen we na het wassen en aankleden (eigenlijk aankleden, deel uitkleden, wassen, deel aankleden, ander deel uitkleden, wassen en weer aankleden en dat alles met een kom lauw licht troebel gletsjerwater achter een muurtje van het “teahouse) genieten van een ontbijt. Daarna nemen we plaats in de zon die in combinatie met wind voor een schouwspel zorgt van trui uit, trui aan, windstopper aan, zonnebril op, windstopper uit, mouwen opstropen, mouwen naar beneden, petje op, onbeschermde lichaamsdelen met sunblock insmeren, windstopper aan. Na een wandelingetje waarbij we langs twee graven van omgekomen bergbeklimmers komen begint het licht te regenen, tijd voor een middagdutje.

Dhaulagiri Circuit VIII

09/08/2006 Nabij Choriban – Italian Basecamp (3660m)
Toen we vanochtend uit onze tent stuiterden, de ingang zat precies bij een terrasovergang zodat je gelijk 60cm naar beneden stapt (leuk als je ‘s nachts eruit moet om te plassen…) zag de lucht er voor het eerst in de verte helder uit. Zelfs het bos, dat gisteravond nog ontsnapt leek uit een Harry Potter film, zag er nu veel minder sinister uit. Zelf waren we na een goede nacht slaap in een toch wel scheefstaande tent dan ook goed geluimd; vandaag verlaten we het bos en trekken we eindelijk echt de bergen in.

Alles lijkt dan ook makkelijker te gaan, het oversteken van rivieren wordt een eitje, het pad dat door drie man met kapmessen voor ons begaanbaar wordt gemaakt stapt lekker weg, pauzeren in een zonnetje, kortom alles gaat lekkerder! Als we dan ook tegen 12.00 uur in het Italian Basecamp aankomen en de zon hoog aan de hemel staat, gooien we snel alle nog vochtige kleding en slaapzakken over het kookgebouwtje dat er is opgetrokken uit steen, takken, rieten matten en plastic zeil. Al snel is de directe omgeving bezaaid met kledingstukken en liggen er tenten te drogen. Na de lunch wordt het voor het eerst in 5 à 6 dagen weer tijd voor de zonnebril, niet als fashionstatement maar als bescherming tegen de erg felle zonnestraaltjes. Helaas is dit van korte duur, als snel vullen wolken de vallei, waarbij ze ons toeschouwer laten zijn van een bijzonder schouwspel, van een als een caleidoscoop veranderende omgeving. Steeds nieuwe doorkijkjes zorgen voor veel interne oh’s en aa’s. De temperatuur is voor het eerst ook dermate lager dat de windstopper tevoorschijn komt en we de thermische broek kunnen gebruiken voor de nacht. (we zitten inmiddels op zo’n slordige 3660 m) De dikke winterslaapzak bewaren we nog even voor hogere oorden. Morgen blijven we hier een dagje om te rusten en om wat meer te wennen aan de hoogte.

Dhaulagiri Circuit VII

08/08/2006 Dobang (2520m) – Nabij Choriban (3070m)
Tijdens een tocht als deze maak je regelmatig de afweging doorgaan of terug. Zeker als er moeilijke en/of gevaarlijke passages voor de boeg liggen. Maar wat wij de afgelopen twee dagen allemaal hebben meegemaakt zorgt ervoor dat we alleen verder willen. Terug? Dat nooit! Nu willen jullie natuurlijk weten wat er dan allemaal gebeurd is de afgelopen dagen… Te veel dingen die je niet aan je ouders zou vertellen, dus als jullie beloven het niet verder te vertellen?!

Toen we gisterochtend vertrokken uit Boghara, het dorp waar de moeder van onze gids woont, waren we al een beetje voorbereid op wat komen zou, een lange dag door Nepalees regenwoud, het zou een natte dag worden en daarmee bedoelen we niet dat onze gids voor weerman heeft geleerd. Nee, ons pad volgt vandaag regelmatig de bedding van stroompjes en riviertjes of de riviertjes volgend de paadjes. (take your pick) Natte voeten dus, maar dat is niet het ergste. Het pad wordt overspoeld met leeches (bloedzuigers), die zelfs dwars door je sokken heen gaan om in je schoenen al lopend hun ‘werk’ te doen.

Aan het einde van de dag zijn we moe van het vechten tegen de bloedzuigers en zijn we al weer vergeten hoeveel rivieren we met ware doodsverachting over glibberige boomstammen zijn overgestoken of via stenen die door onze dragers in de kolkende stroom gletsjerwater zijn geworpen, zodat we enigszins droog over kunnen komen. Ik tel ongeveer 10 bloedzuigerbeten op de benen en heb daarnaast een sok die eens wit was, maar inmiddels letterlijk bloedrood ziet. Dan heb ik ook nog een drietal beten waar de beestjes het hogerop gezocht hebben, mijn buik! Daar gaat m’n shirt……

Mireille’s benen zaten helaas niet achter een met klittenband verstelbare (afsluitbare) buitensportbroek en bij haar is het dus helemaal een slagveld geworden, we hebben 27 wondjes geteld en ook dit resulteerde in een tweetal rode sokken. Gelukkig voel je er niets van en kun je ze met een katoenen buideltje gevuld met zout eenvoudig overreden om maar op het volgende slachtoffer te wachten. Het “plaatsje” waar we aankomen bestaat uit niet meer dan een huisje en twee halfopen schuren. In één daarvan willen ze onze slaapmatjes neerleggen op de grond, een idee wat wij ze snel uit het hoofd praten. Wij willen onze binnentent opgezet hebben in de schuur, zodat we rustig kunnen gaan slapen zonder bang te moeten zijn dat we in onze slaap ook nog weer belaagd worden door onze bloedzuigende vriendjes. Zo gezegd, zo gedaan. Op een houtvuur vier meter verderop onder hetzelfde dak proberen we onze kleren en schoenen te drogen, echter onbegonnen werk, zo nat is alles.

Als we de volgende dag opstaan met allerlei strijdplannen tegen weer een dag bloedzuigers, krijgen we van de gids te horen: “No leeches today!” En waar hij de wijsheid vandaan haalt of waarom de bloedzuigers zo’n duidelijke grens trekken is onduidelijk, maar we hebben ze in ieder geval niet meer gezien. Niet dat we er overigens veel tijd voor gehad zouden hebben om op ze te letten, we moesten nog diverse keren de rivier oversteken, één keer zelfs op blote voeten, en langs bergwanden klauteren als het pad weer eens (bijna) verdwenen was. Soms moest er zelfs eerst een nieuw pad gemaakt worden. Aan het einde van de dag komen we dan ook moe maar voldaan aan in ons kampement, midden in een bos.

Dhaulagiri Circuit VI

06/08/2006 Boghara (rustdag)
Terwijl thuis iedereen nog lekker op één oor ligt zit ik op het balkon van het schoolgebouw en ligt Mireille in bed. We zijn allebei een beetje gammel en hebben in overleg met onze gids Bibi besloten om de rustdag van morgen een dag naar voren te halen. De route van vandaag zou ons zo’n 8uur door vochtig jungleachtig gebied voeren, vergeven van de bloedzuigers en er is geen mogelijkheid de etappe onderweg ergens in te korten vanwege een gebrek aan dorpjes en kampeerveldjes. Om toch de brug op tijd klaar te hebben stuurt Bibi onze sherpa Angkami met een drager vooruit om te kijken of hij mensen kan charteren voor het bouwen van de brug. Er is nl. geen vaste hangbrug over de Myagdi Khola en de bruggen worden elk jaar met de moessonregens weggespoeld en omdat wij de eersten van het seizoen zijn, moeten we onze eigen brug zien te regelen. Maar goed vandaag hebben we dus tijd om eens lekker bij te slapen, de afgelopen nachten zijn door honden, hanen, stortbuien en thee op bed om 6 uur ‘s ochtends aardig kort geweest.

De vaste kern van onze groep begint eindelijk een beetje vorm aan te nemen. We hebben natuurlijk Bibi, onze gids, die ons vertelt dat hij vroeger op jonge leeftijd als drager is begonnen en daarbij zoveel mogelijk probeerde te leren, van Engelse woordjes tot hoe je moest koken. Dan hebben we Deo, onze kok, hij is ook gids maar heeft deze route nog nooit gelopen en dit is dus voor hem zijn oefening zodat hij later ook groepen kan begeleiden dit specifieke gebied in. Angkami is onze sherpa, Vishnu is de koksmaat en de rest van de namen weten we nog niet.

Gedurende de dag blijft het uitzicht vanaf ons balkon veranderen, van wolken die zo laag hangen dat zelfs het naastliggende huis niet meer te zien is, tot af en toe een tantaliserend stukje azuurblauwe lucht dat we voor ons gevoel al weken niet meer gezien hebben. Dat krijg je ervan, van al dat gestaar naar je voeten om te kijken waar je loopt ;-)